
Spoorwegwet 1875
Artikel 58
[1.] Overtreding van de artt. 36, 37 en 38, of van de voorwaarden gesteld bij de besluiten, naar aanleiding van art. 39 genomen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
[2.] De overtreders worden daarenboven, op de vordering van het openbaar ministerie, veroordeeld om binnen een bij het vonnis te bepalen termijn, de zaken in den vorigen stand te herstellen.
[3.] Bij gebreke van voldoening aan die uitspraak, wordt, na verloop van den gestelden termijn, het vonnis van regeringswege ten koste van den overtreder ten uitvoer gelegd.
[4.] De kosten worden op den overtreder verhaald door den ontvanger der registratie, naar een staat, opgemaakt door dengene, die met de uitvoering van het vonnis is belast.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.